Nederlandse kinderpsychiaters vergelijken Kanner en Asperger

Voor het eerst aandacht voor de al wat ‘oudere autisten’
24 februari 2020
Autisme in de rechtbank
18 maart 2020
1953

Nederlandse kinderpsychiaters waren de eerste ter wereld die de verschillen en overeenkomsten bespraken tussen het werk van de twee grondleggers van het autisme onderzoek: Hans Asperger en Leo Kanner. Kanner was een Amerikaanse kinderpsychiater en na publicatie van zijn eerste artikelen over autisme in 1943 en 1944 werd zijn idee van autisme als snel bekend in de VS. Na de tweede wereldoorlog werd zijn idee ook in Europa bekend. Asperger was een ‘heilpedagoog’ die schreef in het Duits en die alleen publiceerde in lokale tijdschriften. Hierdoor werd zijn idee van autisme pas in de jaren ’80 bekend in de VS en andere Engelstalige landen. Nederlandse kinderpsychiaters liepen hierin twintig jaar voor op hun Engelstalige collega’s.

Franstalige voordracht in België


  • Les psychoses chez l'enfant (1953)
  • Lucas Nicolaas Johannes Kamp
  • Luik

De theorieën van Asperger en Kanner werden voor het eerst (kort) vergeleken door de Nederlandse kinderpsychiater (en later hoogleraar) L. N. J. Kamp. Dit deed hij in een voordracht over psychotische toestanden bij kinderen die hij in juni 1953 hield op het 4e Belgisch-Nederlandse congres voor Psychiatrie en Neurologie. Hij hield de voordracht in het Frans en het had als titel Les psyhoses chez l’enfant. De volledige voordracht werd nog datzelfde jaar gepubliceerd in een Belgisch tijdschrift. Een jaar later verscheen een ingekorte versie, vertaald naar het Nederlands, getiteld Over psychotische toestanden bij kinderen.

Volgens Kamp kwamen de beschrijvingen die Leo Kanner (1944, 1949) en Hans Asperger (1950, 1952) gaven van autisme “grotendeels overeen”; alleen “de ernst van de aandoening” was volgens hem verschillend (p. 63).

In ernstige gevallen was er volgens hem sprake van “psychotisch autisme”, zoals dat beschreven is door Leo Kanner. Het belangrijkste verschijnsel van psychosen bij kinderen was volgens Kamp “de contactstoornis”: “het is vooral het affectieve contact met medemens, volwassenen en kinderen, dat gestoord is” (p. 55). Psychotische kinderen stonden volgens Kamp wel open voor fysiek contact met andere mensen en met voorwerpen (op schoot zitten, speelgoed hanteren, tegen de muur aanschurken, enz.). Hij sloot daarmee aan bij de visie van J.J. Prick (1954). Kamp beschreef een jongen van 4 jaar die volgens hem “autistisch psychotisch” was. De jongen kijkt niemand en bij een bezoek aan de kliniek lette hij niet op de volwassenen die in de ruimte aanwezig waren.

In minder ernstige gevallen was er volgens Kamp sprake van ‘psychopathie’ (persoonlijkheidstoornis), de term die Hans Asperger gebruikte om kinderen met autisme te beschrijven. Kamp beschreef een jongen van 9 die volgens hem “autistisch psychopathisch” was. De jongen reageerde niet op toenadering van zijn moeder en bij bezoek aan de kliniek leek hij zijn moeder niet op te merken. De jongen deed het echter wel goed op school en had een normale begaafdheid.

Artikel over het autistische kind


  • Het autistische kind (1953/1954)
  • Jaap Prick
  • Nijmegen

In het eerste boekje over autisme stond een bijdrage van de Nijmeegse neuroloog en psychiater J.J. Prick, die hij voor eerst gepresenteerd had in 1953 op een vergadering van de sectie Kinderpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en Neurologie. In dit artikel, met de titel Het autistische kind, vergeleek hij de visies van Leo Kanner en Hans Asperger. Prick benadrukte daarbij de verschillen.

Volgens Prick was autisme “geen specifiek syndroom” maar een paraplubegrip voor verschillende “typen” afwijkingen in de kinderjaren (p. 11). Bij autistische kinderen van verschillende typen vond hij wel “gemeenschappelijke gedragingen”, maar behalve deze “constante kern”zag hij toch vooral verschillen (p. 11). Autisme kon volgens hem een psychische oorzaak hebben (persoonlijkheidsstructuur), een organische (hersenletsel), of een mengvorm van beide.

Voor een buitenlands publiek


  • Verschillende artikelen (1958-1964)
  • Dirk Arnold van Krevelen
  • Leiden
  • Universiteit Leiden
"Er is vaak ten onrechte gedacht dat de twee condities identiek zijn."

Tussen 1958 en 1964 ging Dirk Arnold Krevelen in een aantal artikelen in op de verschillen tussen Leo Kanners idee van early infantile autism en Hans Aspergers idee van autistische psychopathie. van Krevelen was geneesheer-directeur van de Paedologische Kliniek Curium in Oegstgeest en hoogleraar in Leiden.

In 1958 publiceerde Van Krevelen het Duitstalige artikel Zur problematik des Autismus. Hierin besprak hij voor het eerst naast Kanners ook Aspergers concept van autisme. Volgens Van Krevelen waren beide ziektebeelden “van een totaal andere categorie”. Ze hadden alleen met elkaar gemeen dat de kinderen die er aan leden ouders hadden die heel formeel en rigide met hun kinderen omging. Van Krevelen was in een unieke positie om hier een visie op te vormen omdat hij beide ziektebeelden uit eigen ervaring kende.

Van Krevelen had in 1952 als eerste in Europa een geval van vroegkinderlijk autisme (naar Kanner) beschreven. Volgens van Krevelen lag de fundamentele stoornis in vroegkinderlijk autisme in het gevoelsleven. Het duidelijkst kwam dit volgens hem naar voren in hun contactstoornis, die vanaf de geboorte aanwezig was. Vervolgens had Van Krevelen ook kennisgemaakt met een aantal van de ‘autistische psychopathen’ die Asperger had beschreven. Van Krevelen benadrukte, in navolging van Asperger, dat deze vorm van autisme pas in het 2e or 3e levensjaar begon en gepaard ging met originele ideeën en bijzondere interesses.

In 1960 ging Van Krevelen opnieuw in op de verschillenden tussen de ziektebeelden beschreven door Kanner en Asperger. Hij deed dit in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, in een boekbespreking van de twee editie van Vedders leerboek (zie hieronder). Van Krevelen prees “de wijze waarop Vedder in zo’n kort bestek de verschillende problemen heeft behandeld, die aan de begrippen ‘autisme’ en ‘autistisch’ kleven”.

In 1962 publiceerde Van Krevelen opnieuw een artikel waarin hij Kanners idee van autisme vergeleek met dat van Asperger. Het Engelstalige artikel verscheen in het Japanese Journal of Child Psychiatry en had als titel Autismus infantum and the autistic personality. Two clinical syndromes.

Een jaar later publiceerde Van Krevelen (1963) een soortgelijk artikel, ook Engelstalig, in Acta Peadopsychiatrica, een internationaal tijdschrift voor kinderpsychiatrie.

In 1964 volgde een Duitstalig artikel in een Duits psychiatrisch tijdschrift met de titel Zur Aetiologie autisticher Syndromes des Kindersalters en een Franstalig artikel.

Een hoofdstuk over contactstoornissen


  • Kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden, 2e editie
  • Reinier Vedder

Reinier Vedder vergeleek Leo Kanners idee over autisme met dat van Hans Asperger. Vedder deed dit in de tweede editie van zijn tekstboek Kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden (1960), in een hoofdstuk over contactstoornissen (pp. 134-157).

Literatuur


  • Asperger, H. (1944). Die „Autistischen Psychopathen” im Kindesalter. Archiv für psychiatrie und nervenkrankheiten, 117(1), 76-136.
  • Asperger, H. (1950). Bild and soziale Wertigkeit der autistischen Psychopathen. In Proceedings of the 2nd International Congress on Orthopedagogics.
  • Asperger, H. (1952). Heilpädagogik: Einführung in die Psychopathologie des Kindes für Ärzte, Lehrer, Psychologen und Fürsorgerinnen. Springer-Verlag. Eerste editie.
  • Kamp, L. N. J. (1953). Les psychoses chez l’enfant. Acta Neurologica et Psychiatrica Belgica, 53, 309-330.
  • Kanner, L. (1943). Autistic disturbances of affective contact. Nervous child, 2(3), 217-250.
  • Kanner, L. (1944). Early infantile autism. The Journal of Pediatrics.
  • Kanner, L. (1949). Problems of nosology and psychodynamics of early infantile autism. American journal of Orthopsychiatry, 19(3), 416.
  • Krevelen, D. A. van (1958). Zur Problematik des Autismus. Prax. Kinderpsychol., 7, 4.
  • Krevelen, Dirk Arnold van. (1960) Kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 104:2132.
  • Prick, J. J. (1954). Het autistische kind. Grewel et al, Infantiel Autisme. 8-19.
  • van Krevelen, D. A. (1962). Autismus infantum and autistic personality: Two clinical syndromes. Japanese journal of child and adolescent psychiatry [Jidō seinen seishin igaku to sono kinsetsu ryōiki]. 3(3), 135-146