Autisme wordt opgenomen in het Nederlands Handboek der Psychiatrie

De term ‘autisme’ wordt geïntroduceerd in Nederland
18 februari 2020
Eerste informatie over autisme op televisie
18 februari 2020
1965

In 1965 verscheen het derde deel van het Nederlands Handboek der Psychiatrie, onder leiding van Prof. J.J.G. Prick en dr. H.G. van der Waals. Dit tweede deel was gewijd aan “niet specifiek neurotische ontwikkelingsstoornissen”. Twee van de negen hoofdstukken gingen over autisme, in totaal 144 pagina’s. Dit was de eerste keer dat er zo uitvoerig in het Nederlands werd geschreven over autisme.

De auteurs


  • Nederlands Handboek der Psychiatrie, deel II (1965)
  • P.J.A. Calon, J.J.G. Prick
  • Nijmegen
  • Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen

Prof. dr. J.J.G. Prick (1909-1978) schreef mee aan het eerste hoofdstuk over autisme en schreef het tweede hoofdstuk over autisme alleen. Hij was toen al twintig jaar hoogleraar neurologie in Nijmegen. Prick had een brede belangstelling voor ‘heel de zieke mens’ en met name in medische condities met een psychische impact, zoals autisme en dementie. Hij was bestuurslid bij het Paedologisch Instituut in Nijmegen, dat al vroeg kinderen met autisme behandelde. Hij was een neef van ‘de jonge Prick’: Jaap Prick, die ook geïnteresseerd was in autisme en er in 1954 al een artikel over schreef.

Prick schreef het eerste hoofdstuk over autisme samen met psycholoog P.J.A. Calon (1905-1973), die bij hem gepromoveerd was en met wie hij vaker samen publiceerde. Calon was in 1965 ook al weer veertien jaar hoogleraar in Nijmegen, in de ontwikkelingspsychologie en de medische psychologie. Deze samenwerking tussen een psychiater en een psycholoog paste goed bij de  fenomenologisch-antropologische georiënteerde geneeskunde aan de Universiteit in Nijmegen.

In 1968 traden beide hoogleraren op als promotor bij Fremde unter uns, een van de eerste proefschriften over autisme door een Nederlander, namelijk Ida Freye. Prick was ook promotor bij het eerste proefschrift over autisme dat werd verdedigd aan een Nederlandse universiteit: A view of leves of perceptural development in autistisc syndromes, door Richard Ralph Straub, die Amerikaan van geboorte was.

 

Het kinderlijk autisme in het algemeen


  • Het syndroom van het kinderlijk autisme bezien vanuit de gezichtshoek der partiële defecten en der partiële hyperplasieën
  • J.J.G. Prick, P.J.A. Calon
  • Nijmegen
  • Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen
"Het autistische syndroom komt echter ook bij talrijke andere toestanden dan de ziekte van Kanner voor"

Het eerste hoofdstuk over autisme was gewijd aan “het syndroom van het kinderlijk autisme”. Prick en Calon bedoelden daarmee een bredere categorie dan het primair infantiel autisme dat Kanner had beschreven. Het autistische syndroom komt volgens ook hen bij diverse andere aandoeningen voor, zoals hersenafwijkingen, aangeboren afwijkingen van het zenuwstelsel, bij een verstoorde stofwisseling en bij neurosen.

Het hoofdstuk begint wel met hun eigen beschrijving van primair infantiel autisme. Het meest treffende kenmerk van autistische kinderen was volgens hen “het geheel op het eigen zelf betrokken zijn, het leven in een eigen wereldje, waar zij niet uit te halen zijn en waarin een buitenstaander haast niet binnen kan dringen” (p. 154). Dit sloot nog wel aan bij wat Kanner zelf over autisme gezegd had.In de uitwerking van de kenmerkende symptomen van autisme kwam echter duidelijk de fenomenologisch-antropologische benadering van Prick en Calon naar voren.

Waarneming

Volgens Prick en Calon blijven autistische kinderen gevangen in hun eigen lichamelijke ervaring, doordat ze niet in staat zijn echt contact te maken met de dingen om hen heen.  Volgens hen domineerde bij autistische kinderen de nabijheidszintuigen, zoals tasten temperatuur, terwijl de verte-zintuigen, zoals het zien, onderontwikkeld waren. Autistische kinderen kunnen natuurlijk wel zien, maar al ze rondkijken blijft hun blik afstandelijk; zij reden niet echt in contact met wat ze zien. Door hun ‘te dichtbije’ waarneming bouwen kinderen met autisme een lichaamsbeeld op dat alleen bestaat uit tastindrukken en niet uit wat ze zien.

Horen is volgens Prick en Calon zowel een nabijheids- als verte-zintuig en kinderen met autisme zijn geboeid door geluiden, maar alleen in zoverre het iets met hun eigen lichaam doet: het geluid verwijst voor zulke kinderen niet naar een voorwerp buiten hen.

Intelligentie

Prick en Calon vonden het een logisch gevolg van de genoemde problemen met het zintuiglijke kennen (tasten, zien, horen) dat ook het verstandelijke kennen (het begrijpen) bij autistische kinderen beperkt is. In het bijzonder noemden zij beperkingen in abstract denken en praktisch denken, bij een goede ontwikkeling van mechanisch inprenten (uit het hoofd leren).

Sociaal contact

Volgens Prick en Calon kwamen ook autistische beperkingen op sociaal gebied voort uit het blijven steken in de eigen lichamelijkheid. Kinderen met autisme waren volgens niet  niet gericht op de wereld om hen heen (tenminste, niet los van hun eigen lichamelijke betrokkenheid bij die wereld). Ze reageren niet op andere mensen, ze leren vaak pas laat praten en ze glimlachen niet terug.

Motoriek

De bewegingen van autistische kinderen waren volgens Prick en Calon voor gericht op het verkrijgen van prettige lichamelijke ervaringen. De kinderen wiegden het bovenlichaam of wapperden met de armen. Zulke stereotype bewegingen worden volgens Prick en Calon volledig van  binnenuit bepaald en niet gereguleerd door prikkels vanuit de buitenwereld.

Oorzaak

Prick en Calon dat autisme veroorzaakt kan worden genetische aanleg, door een ongunstige omgeving, zoals de afwezigheid van “veiligheid-schenkend contact” met de moeder, of door een combinatie van beide.

 

 

 

Literatuur


  • Calon, P.J.A. [webpagina]. (geen datum).
  • Winkeler, Lodewijk. (2009). Het archief van Prof. dr. J.J.G. Prick (1909-1978). In : Prof. dr. J.J.G. Prick (1909-1978). In: Antoine Keijser e.a., Een werkzaam leven. Nijmegen: Valkhof Pers.