Autisme als zelfbeperkende vermijding van onplezierige prikkels
9 december 2016
Mindfulness training
2 januari 2017

Autisme als kwetsbaarheid voor negatieve gedachten

Belang

 
De schematheorie van autisme kan worden afgeleid van het werk van de Amerikaanse psychiater Aaron Beck. Volgens deze theorie kan de "autistische toestand" worden opgevat als een potentieel omkeerbare of te verbeteren situatie waarin de patiënt zich afsluit voor nieuw informatie die niet overeenkomt met zijn of haar opvattingen over zichzelf, anderen of gezond gedrag.
 

Autismepaspoort

 
Naam theorie Schematheorie
Auteur Aaron Beck
Beroep psychiater
Instelling University of Pennsylvania
Nationaliteit Amerika
Tegenstanders mentalisatietheorie
Bijbehorende behandelingen Cognitieve therapie, Schematherapie
 

Stellingen over de normale ontwikkeling

1
Wanneer het centrale zenuwstelsel van baby's net volgroeid is, hebben ze nog geen herinneringen en komt alle informatie binnen als losse sensaties zonder onderling verband. Ze zijn niet in staat om informatie in een verband te plaatsen en te interpreteren.
2
In de baarmoeder begint echter al het proces van het verwerken van binnenkomende prikkels tot bepaalde patronen. Door herhaling leer je bijvoorbeeld de stem van je moeder herkennen en onderscheiden van ander geluid. Na de geboorte worden deze patronen steeds verder uitgebreid door nieuwe informatie binnen bestaande "schema's" te plaatsen.
3
Wanneer je je in een bepaalde situaties bevindt worden automatisch de schema's geactiveerd die relevant zijn voor die situatie. Daarmee komt extra informatie beschikbaar: herinneringen uit eerdere, vergelijkbare situaties. Daardoor zie je de werkelijkheid niet helemaal zo als die is, maar vul je de informatie die je hebt waargenomen aan met bestaande informatie en vul je je beeld van de huidige situatie verder in op basis van herinneringen in plaats van waarnemingen.
4
Daarnaast sturen de geactiveerde schema's ook de selectie van verdere informatie. Ze richten je aandacht op bepaalde aspecten, die volgens het schema belangrijk zijn in die situatie, terwijl je andere aspecten negeert. Daarmee wordt je waarneming verder gekleurd door informatie die 'past' binnen het schema. Het type schema's dat je activeert bepaald dus hoe je de situatie waarneemt en hoe je er op reageert.
5
Het selecteren van bepaalde informatie als belangrijk is niet iets wat je in isolatie leert. Als kind leer je via je ouders om je aandacht op bepaalde dingen te richten. Zo ontwikkel je min of meer gedeelde schema's. Je leert als het ware de wereld op dezelfde manier zien als zij. En omdat mensen gedeelde schema's hebben interpreteren en reageren ze op een vergelijkbare manier.
6
Hoewel je dus de neiging hebt om situaties steeds op dezelfde manier te interpreteren, en om dit op min of meer dezelfde manier te doen als mensen in je omgeving, ontwikkel je uiteindelijk toch je geheel eigen schema's. Dit komt doordat je lichaam en de ervaringen die je er mee meemaakt verschillen van dat van andere mensen. Vooral specifieke ervaringen in de kindertijd, die de meeste andere mensen niet meemaken, zijn daarbij belangrijk.
7
Niet alle schema's kunnen namelijk even makkelijk geactiveerd worden. Er vindt competitie plaats tussen schema's onderling en bepaalde schema's winnen het daarbij vaker dan andere, omdat ze sterker zijn. En omdat ze het vaker winnen worden ze nog weer sterker en nog weer makkelijke geactiveerd.
8
Bij gezonde personen zijn schema's niet statisch, maar worden ze voortdurend aangepast op basis van nieuwe informatie die niet overeenkomt met de huidige schema's. Er is sprake van cognitieve flexibiliteit.

Stellingen over autisme

1
Leven in deze wereld maakt kinderen kwetsbaar voor het meemaken van schadelijke gebeurtenissen, waarbij het hebben van een autistische belichaming kinderen nog eens extra kwetsbaar maakt.
2
Autisme maakt kinderen extra kwetsbaar voor verschillende negatieve ervaringen, zoals er niet van uit kunnen gaan dat anderen je welzijn voor ogen hebben (wantrouwen), scheiding van belangrijke anderen (verlating), niet geaccepteerd worden zoals je bent (afwijzing), te horen krijgen dat je gedrag niet voldoet aan de norm (kritiek), niet in staat zijn om een bepaald doel te bereiken (mislukking), buiten de groep staan (uitsluiting) of niet de troost, steun, erkenning of begeleiding ontvangen die je nodig hebt (tekort).
3
Vroege schadelijke gebeurtenissen kunnen je vermogen om je persoonlijke beleving van dergelijke gebeurtenissen te verwerken te boven gaan. Dit gebeurd met name wanneer je vermogen om ervaringen te verwerken überhaupt beperkt is, bijvoorbeeld doordat je nog klein bent en ook nog autisme hebt. Of wanneer de situatie dit vermogen overvraagt, bijvoorbeeld doordat de gebeurtenissen over een langere periode herhaald worden of doordat ze volledige ingaan tegen je eigen ervaring. Je dacht bijvoorbeeld altijd veilig en geliefd te zijn en nu vindt je jezelf opeens in een situatie waarin dat niet zo blijkt te zijn. Of je vindt jezelf waardig, maar wordt steeds behandeld alsof je dat niet bent.
4
Wanneer je niet in staat bent om je ervaring op een gezonde manier te verwerken dan gebruik je alle manieren die je hebt om het op een ongezonde manier te doen: je maakt degene die je mist weg in je hoofd en gaat op zoek naar iemand anders; je weigert om ooit nog iemand om hulp te vragen en besluit voortaan jezelf wel te redden; je verbiedt jezelf om boos te worden op anderen en richt je agressie op jezelf.
5
Schadelijke gebeurtenissen en de negatieve ervaringen die daarmee samenhangen kunnen zo een blijvend effect hebben op het beeld dat je van jezelf en anderen hebt. Er ontstaan negatieve houdingen ten opzichte van jezelf (ik ben niets waard), anderen (niemand wil mij helpen) en bepaald gezond gedrag (huilen mag niet, om hulp vragen heeft geen zin) die niet meer open staan voor correctie. In sprookjes wordt dit vaak verbeeld als een hart dat bevroren is.
6
Wanneer je als volwassene nu in een situatie komt die lijkt op de vroege schadelijke gebeurtenis (je wordt afgewezen voor een baan) worden deze negatieve gedachten en onplezierige emoties opnieuw geactiveerd, met het verschil dat je je nu afgesloten hebt van nieuwe informatie die niet overeenkomt met je bevroren houding ten opzichte van jezelf, anderen en bepaald gezond gedrag. Je negeert bijvoorbeeld bewijs dat andere mensen wel om je geven. Of je wijst het goed advies van iemand anders af als niet relevant of niet betrouwbaar.
7
Het gevolg is dat je je steeds verlaten, verraden, afgewezen, niet gesteund of machteloos voelt, ondanks het positieve gedrag van anderen en de mogelijkheden die de situatie biedt. Ook ergeren anderen zich aan je gedrag; ze vinden dat "overdreven" reageert, "moeilijk" doet of "niet voor rede vatbaar bent".
8
Je reactie is dus wel effectief in het verminderen van je angst, woede en verdriet, maar niet aangepast aan de situatie. De situatie is immers niet zo heftig als toen, en ook wanneer dat wel zo is ben je nu volwassen en niet meer het hulpeloze kind dat je vroeger was.

Ontwikkeling

  • 1932Bartlett

    In het boek Remembering: A Study in Experimental and Social Psychology werkt de Britse psycholoog Frederick Bartlett zijn schematheorie uit. "Ik heb een sterke afkeer van het woord 'schema' Het is tegelijk te definitief en te vaag. Het woord wordt al wijdt gebruikt in de psychologie om te verwijzen naar een aanhoudende, fragmentarische 'georganiseerde vorm', maar geeft niet de essentie weer van de hele notie dat het gehele resultaat van veranderingen in het verleden de hele tijd iets actiefs doen. We dragen ze van moment tot moment met ons mee, compleet, hoewel zich ontwikkelend. Maar het is lastig om een betere term te bedenken waarmee in één woord kan worden verwezen naar de 'zich actief ontwikkelende patronen' die ik bedoel." Bartlett geeft zelf als definitie, "'Schema' verwijzen naar een actieve organisatie van ervaringen en reacties uit het verleden, waarvan veronderstelt moet worden dat ze werkzaam zijn, telkens wanneer er regelmaat in specifiek gedrag te vinden is, wat alleen mogelijk is wanneer de reactie in verband is gebracht met andere, vergelijkbare reacties, die serieel georganiseerd zijn, doch niet individueel na elkaar komen, maar als eenheid opereren."
  • 1936Piaget

    In het boek The Origins of intelligence in Children beschrijft de Zwitsers psycholoog Jean Piaget als eerste op systematische wijze de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Deze ontwikkelen bestaat uit het bereiken van het vermogen om (1) mentale representatie te vormen van een object waardoor het mogelijk wordt om te begrijpen dat een object nog steeds bestaat, ook al kun je het niet meer zien), (2) gebruik te maken van tekens die verwijzen naar iets anders dan zichzelf, waardoor symbolisch taalgebruik mogelijk wordt, (3) het perspectief van een ander aan te nemen, (4) na te denken over abstracte concepten en veronderstellingen te testen.
  • 1950Erikson

    De Duits-Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson publiceert het boek Childhood & Society, waarin hij zijn theorie over de psychosociale ontwikkeling van het kind introduceert. Erikson maakt onderscheid tussen verschillende ontwikkelingsstadia, waarbij elk stadium bestaat uit een uitdaging in het balanceren tussen twee extremen. Voor het ontwikkelen van "hoop" moeten bijvoorbeeld zowel "wantrouwen" als "vertrouwen" begrepen en geaccepteerd worden. Volgens de schematheorie leidt een verstoring in de ontwikkeling van hoop tot het schema "wantrouwen".
  • 1967Beck

    In het boek Depression: Clinical, Experimental and Theoretical Aspects introduceert de Amerikaanse psychiater Aaron Beck een cognitief model van psychopathalogie. Volgens Beck worden de negatieve emoties en het passieve gedrag van depressieve mensen veroorzaakt door automatisch opkomende negatieve gedachten. Deze gedachten komen voort uit onderliggende "schema's", die Beck definieert als "vooroordelen die de patiënt over zichzelf, zijn wereld en zijn toekomst heeft."
  • 1969Bowlby

    In Attachment. Attachment and loss: Volume 1: Loss stelt de Britse psychiater John Bowbly dat de relatie met de primaire verzorger van het kind de blauwdruk vormt voor latere relaties. Dit "interne werkmodel" vormt een cognitief raamwerk van mentale representaties die rond de leeftijd van drie jaar onderdeel worden van de persoonlijkheid van het kind en richting geven aan het sociaal-emotionele gedrag. Het interne werkmodel bestaat uit drie onderdelen: (1) een model van de ander als betrouwbaar vs. onbetrouwbaar, (2) een model van de zelf als waardevol vs. waardeloos en (3) een model van de zelf als effectief of niet-effectief in de interactie met anderen. It is this mental representation that guides future social and emotional behavior as the child’s internal working model guides their responsiveness to others in general.
  • 1992Young

    In het artikel A Schema-Focused Model for Conceptualizing Personality Disorders stelt de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young dat het cognitief wetenschappelijke concept van schema's kan helpen bij de theorievorming over persoonlijkheidsstoornissen. Hij introduceert daartoe de term "Early Maladaptive Schemas (EMS)" als verwijzing naar "extreem brede en doordringende thema's betreffende iemands zelf en relaties met anderen, die zijn ontwikkeld tijdens de vroege kindertijd en blijven bestaan en worden uitgebreid gedurende de rest van iemands leven".
  • 2014Beck e.a.

    In het artikel Advances in Cognitive Theory and Therapy: The Generic Cognitive Model geven Aaron Beck en collega's een update van zijn oorspronkelijke cognitieve model, op basis van nieuwe inzichten.

Auteur

Aaron Beck (1921) is een Amerikaanse psychiater die in de jaren '60 een cognitieve benadering van psychotherapie ontwikkelde als methode voor het behandelen van depressie.

"In 1956 begon ik met onderzoek naar bepaalde psychoanalytische veronderstellingen over depressie, met name het idee dat mensen met depressie een "behoefte om te lijden" hebben. Ik geloofde dat deze veronderstellingen correct waren, maar nog niet breed gedragen wegens gebrek aan empirisch bewijs. Mijn onderzoeksresultaten toonden echter aan dat mensen met depressie juist gedrag vertoonden dat gericht was op het vermijden van lijden."

"Toen ik onderzocht wat dan wel de oorzaak van depressie was viel het me op dat depressieve patiënten zichzelf en hun levenservaring voortdurend in een negatief licht plaatsen. Ze hebben voortdurend negatieve gedachten, die voorkomen uit hun basale aannames over zichzelf en anderen."

Ontvangst en discussie

Wetenschap

Marsha Linehan
In haar boek over dialectische gedragstherapie bij bordeline persoonlijkhiedsstoornis bekritiseert de Amerikaanse klinisch psycholoog Marsha Linehan de cognitieve benadering als invaliderend. Zeggen dat het gedrag van de patiënt vanuit diens verleden te begrijpen is, maar op dit moment disfunctioneel is, is nog steeds invaliderend. "Vanuit een dialectisch perspectief kun je veronderstellen dat er binnen het disfunctioneren ook functioneren bestaat, dat er binnen de vervorming ook accuraatheid is..." (p. 51) Linehan ziet schema's dan ook niet zo zeer als disfunctioneel, maar als inflexibel. "Borderline en suïcidale individuen wisselen vaak tussen gezichtspunten die juist tegengesteld zijn en die op rigide wijze vastgehouden worden. Ze zijn meestal niet in staat om tot een synthese van deze twee posities te komen." (p. 53)

Gemeenschap

Autismevriendelijk Nederland
Vanuit de mentalisatietheorie van Peter Fonagy kan kritiek worden geleverd op de schematheorie voor een gebrek aan verklarend vermogen. De schematheorie stelt wel dat mensen met autisme en andere psychopathologie een gebrek aan cognitieve flexibiliteit vertonen en dat dit met ervaringen uit de jeugd te maken heeft, maar verklaart niet hoe dit gebeurd. Door te verwijzen naar epistemisch wantrouwen verklaart de mentalisatietheorie wel waarom het kind er dan voor 'kiest' om de geest af te sluiten voor nieuwe informatie: ernstig falen van het hechtingssysteem, in de zin van gebrek aan afstemming op of voorziening in de emotionele behoeften van het kind (niet-responsiviteit) leidt tot verlies van vertrouwen in de informatie over zichzelf en anderen waarover het kind reeds beschikt en in het vermogen van het kind om de sociale wereld nog te begrijpen (epistemisch wantrouwen); dit wantrouwen heeft een sterk desorganiseerd effect op de zelfstructuur, waartegen het kind zich bescherm door de kanalen voor het leren over de sociale wereld (schema's) selectief af te sluiten voor sociale informatie die niet overeenkomt met de overtuigen van de patiënt (cognitieve rigiditeit of inflexibiliteit) en de intenties van anderen verdraaid (cognitieve verdraaiingen).

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
In autismevriendelijk Nederland worden autistische kinderen bij negatieve ervaringen beschermd tegen het ontwikkelen of verergeren van cognitieve inflexibiliteit en vroegtijdig behandeld voor denkstijlen die tot depressie, angst en andere psychische stoornissen kunnen leiden. Daarnaast is er - in bredere zin - begrip voor mensen die "negatief" of "moeilijk" zijn als mensen die ook niet gekozen hebben voor de kwetsbaarheden die ze in hun jeugd hebben opgelopen en voor wie hun gedrag ook maar hun beste manier is om zichzelf te handhaven in een wereld die niet altijd even veilig is.
 

Comments are closed.

x

Wij gebruiken cookies om u de beste online ervaring te bieden. Door akkoord te gaan, accepteert u het gebruik van cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid.

I accept I decline

Send this to a friend