Zelfbeschadigend gedrag
8 maart 2018
Slaap
14 maart 2018

Autisme als stoornis in de sociale signalering

Belang

 
De theorie van autisme als een stoornis in de sociale signalering stelt dat het probleem bij autisme niet zo zeer bestaat uit gebrek aan interesse om met andere mensen om te gaan (sociale motivatie), of moeite met het begrijpen van het perspectief van andere mensen (sociale cognitie). Het gaat eerder om een probleem van onderdrukte of atypische sociale signalen (sociale signalering), waardoor mensen die met de autistische persoon omgaan gespannen worden en liever niet met hen omgaan.
 

Autismepaspoort

 
Naam theorie Sociale signalering
Auteur David Lynch
Beroep klinisch psycholoog
Instelling Univeristy of Southampton
Nationaliteit Groot-Britannië
Medestanders Ontlichaaming
Tegenstanders Sociale motivatie, sociale cognitie
Bijbehorende behandeling Radicaal open dialectische gedragstherapie
 

Stellingen over geestelijke gezondheid

1
Als mensen is onze geestelijke gezondheid afhankelijk van ons vermogen om nauwe sociale banden te vormen met andere mensen en bij een 'stam' te horen.
2
Wanneer geestelijk gezonde mensen een situatie als veilig beoordelen ontspannen ze hun spieren, ademen ze rustig en diep, maken ze oogcontact, raken ze de ander aan, uiten ze hun innerlijke gevoelens in gezichtsuitdrukking, gebaren, stem en lichaamshouding en zijn ze ook gevoelig voor de sociale signalen van anderen. Ook communiceren ze op een directe manier hun gedachten, gevoelens, wensen en behoeften aan anderen, door dingen te zeggen, door te huilen of door dingen te vragen. Dit gedrag bevorderd de sociale afstemming en het vormen en onderhouden van sociale banden.
3
Geestelijk gezonde mensen zien nieuwe en onbekende situaties als belonend en zoeken die op. In dergelijke situaties is hun hartslag hoog, voelen ze zich opgewonden en bewegen ze geanimeerd. Ze staan open voor informatie van anderen en pas hun gedrag aan op basis van de nieuwe informatie die ze tot zich nemen. Zo ontwikkelen ze zich steeds weer.
4
Wanneer er gevaar dreigt hebben mensen de neiging om hun adem in te houden en hun spieren aan te spannen en hun. Ze focussen hun aandacht en staan minder open voor alle informatie die niet direct gerelateerd is aan het gevaar.
5
Wanneer mensen zich beide veilig of positief opgewonden voelen wanneer ze contact met elkaar hebben ervaren ze plezier in het contact en accepteren ze elkaar (willen ze graag door blijven praten of elkaar weer zien). Door herhaalde positieve en belonende sociale interacties verbreden mensen hun sociale netwerk en hun wereldbeeld en bouwen ze sociale en mentale hulpbronnen op die hen helpen om te gaan met tegenslag.

Stellingen over autisme als een stoornis in sociale signalering

1
Het probleem van mensen met autisme is (in elk geval in het begin van hun leven) niet perse een gebrek aan sociale contacten, maar een gebrek aan sociale verbondenheid. Ze bevinden zich wel in sociale situaties, maar horen niet echt bij de stam.
2
Veel mensen met autisme hebben voordat zij hun diagnose krijgen wel het idee dat er iets mis is met hen, maar ze kunnen er vaak moeilijk de vinger op leggen wat dat dan is. Er is iets mis met hen waar ze vaak geen terugkoppeling over krijgen. Ze worden afgewezen of gepest, maar begrijpen niet goed waarom. Hoogstens krijgen ze te horen dat ze 'raar' zijn, maar hoe dan wordt niet duidelijk.
3
Om sociale verbondenheid te bevorderen helpt het niet om mensen met autisme alleen maar aan te moedigen om contact te maken, zonder eerst iets te veranderen in wat er gebeurd in dat contact. Sterker nog, het voortdurend door zichzelf of de anderen gepusht te worden tot sociale interactie bevorderd een bestaan waarin sociale interacties geen plezier, maar stress opleveren, en als bedreigend worden ervaren.
4
Wat er precies mis gaat in de sociale interactie tussen autistische mensen en anderen is nog niet helemaal duidelijk. Het uitgangspunt van deze theorie is dat sociale signalering een belangrijke rol speelt.
5
Wanneer volwassenen met autisme interactie hebben met andere mensen zijn ze vaak erg alert op tekenen van gevaar en staat hun 'alarmsysteem' (dat hen aanzet tot bevriezen, vluchten of vechten) vrijwel altijd 'aan'. Vaak onderdrukken ze de uiting van hun emoties, waardoor het (naast hun vaak atypische manier van emoties uitdrukken) nog moeilijker wordt voor anderen om hen te lezen. Bovendien activeert dit ook automatisch het alarmsysteem van de ander. Dit maakt dat de sociale interactie voor beide partijen weinig belonend of in elk geval erg vermoeiend is.
6
Wanneer andere mensen kunnen kiezen gaan ze dus liever niet met mensen met autisme om. Als je als persoon met autisme dan toch steeds door jezelf of door je omgeving gedwongen wordt om toch sociaal contact te zoeken en steeds weer afgewezen wordt, heeft dit een negatief effect op je eigenwaarde en je stemming, wat op zijn beurt weer niet helpt in de sociale interactie.
7
Zo ontstaat een vicieuze cirkel, waarin je steeds meer vermijdend, ontmoedigd, hopeloos en geïsoleerd wordt, wat in veel gevallen tot depressie en angst en soms zelfs tot zelfbeschadigend of suïcidaal gedrag leidt.
8
Behandeling van autisme moet zich dus niet zo zeer richten op sociale motivatie, sociale cognitie of algemene 'sociale vaardigheden', maar op sociale signalering - in het bijzonder de vraag: (1) Wat communiceer je met je gedrag? (2) Is dat wat je wil communiceren? (3) Wat is de impact daarvan op je sociale relaties? (4) Hoe kun je je autistische kracht (bijv. regels volgens) inzetten om je sociale signalering zo aan te passen dat je weer (of voor het eerst) bij de stam gaat horen?

Ervaringen van autistische volwassenen

Mij is gezegd dat ik blijf-weg lichaamstaal heb.
Ik heb een lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen waarvan me gezegd is dat ik vijandig en waakzaam over kom.

Kenmerken van autisme als een stooris in sociale signalering

 
  • Hoge cognitieve geslotenheid: neiging om de mening, bewering, opvatting of waarneming van anderen automatisch af te wijzen, hoge zekerheid dat de eigen manier of het eigen perspectief de 'juiste' manier is
  • Lage cognitieve ontvankelijkheid: lage gevoeligheid voor kritiek of lof van anderen, weinig neiging om de feedback van anderen te serieus te nemen en onzeker te worden, om in de war te raken door wat anderen zeggen en om de mening van anderen direct als waarheid te accepteren
  • Hoge serieusheid: neiging om obsessief te werken aan het afmaken van een taak die de aandacht heeft (taakoriëntatie), sterke neiging tot het oplossen van problemen die als urgent worden ervaren (probleemorïentatie)
  • Lage speelsheid: moeite om gebruik te maken van mogelijkheden voor rust (rustoriëntatie) en sociale interactie (mensoriëntatie), moeite om aandacht te geven aan emotionele verwerking (emotieoriëntatie), weinig neiging tot sociaal gedrag dat gedreven wordt door plezier (plezieroriëntatie)
  • Hoge maskering van opwinding: neiging tot incongruentie tussen de van binnen ervaren beleving en het naar buiten toe vertoonde gedrag, ter vermijding van het publiekelijk vertoon van positieve of negatieve opwinding; anderen niet laten zien hoe blij, bang of verdrietig je je van binnen voelt; consistent onderrapporteren van zowel onlust als plezier, neiging tot het beperken van vreugdedansjes, woedeaanvallen of huilbuien tot de privesfeer, neiging tot zelfbeschadigend en suïcidaal gedraag waar niemand van af weet
  • Lage emotionele expressiviteit: lage sociale signalering van intenties via gezichtsuitdrukkingen, gebaren, intonatie; chronische en niet bij de context passende onderdrukking van expressie en navolging van de mimiek van de ander (mimicry), wat zich uit in een monotone stem en lichamelijke rigiditeit (strak gezicht, onbewegelijke houding)
  • Hoge pro-sociale signalering: neiging tot incongruentie tussen de van binnen ervaren beleving en het naar buiten toe vertoonde gedrag, wat zich uit in overdreven en onoprechte gezichtsuitdrukken en gebaren, zoals lachen terwijl je gespannen bent of excessief met je hoofd schudden terwijl je het er eigenlijk niet mee eens bent, en indirecte communicatie, zoals vragen of de ander het koud heeft in plaats van 'mag het raamdicht'
  • Hoge emotionele eenzaamheid: de afwezigheid van zelf maar één relatie waarin je je kwetsbare emoties kan delen en waarin in je behoeften aan begrip, steun en zorg wordt voorzien (vaak ondanks de aanwezigheid van regelmatig sociaal contact)
  • Hoge defensieve opwinding: sterke neiging om het sympathetische autonome zenuwstelsel te activeren: het sociale alarmsysteem, dat aangeeft dat er gevaar is en je je spieren moet aanspannen en je adem in moet houden
  • Lage veilige relaxatie: moeite met het activeren van parasympathetische autonome zenuwstelsel: het sociale veiligheidsysteem, dat aangeeft dat het veilig is en je je kunt ontspannen
  • Hoog vermijdingseffect: sterke neiging van anderen om de persoon met autisme te vermijden
  • Laag benaderingseffect: weinig neiging van anderen om de persoon met autisme te benaderen
 

Ontwikkeling

  • 1989Yirmiya e.a.

    In een onderzoek naar de expressie van emotie in het gezicht bij autistische, verstandelijk beperkte en neurotypische kinderen vinden Amerikaanse onderzoekers dat autistische kinderen neutraler zijn in hun expressie van emotie. Daarnaast vertonen ze meer 'gemixte expressies', combinaties van gezichtsbewegingen die op meer dan één emotie wijzen. Sommige van deze expressies vormen 'incongruente expressies', die bij geen geen enkele typische emotionele gezichtsuitdrukking passen. Zij concluderen dat anderen hierdoor moeite hebben met interpreteren van de emotionele signalen van autistische kinderen.
  • 1993Gross & Leverson

    In een studie naar emotieregulatie richten Amerikaanse psychologen de aandacht op emotionele suppressie als strategie om met emoties op te gaan. In het onderzoek naar emotieregulatie wordt vooral aandacht besteedt aan cognitieve herwaardering, een strategie die bestaat uit het herinterpreteren van de situatie als manier om de impact van negatieve emoties te verkleinen (bijv. 'het valt wel mee', 'iedereen heeft dat wel eens', 'het komt wel weer goed'). Emotionele of expressie suppressie maakt echter gebruik van het onderdrukken van de uiting van emoties, waarmee de lichaamsactiviteit en de ademhaling wel daalt, maar de spanning niet.
  • 2003Butler e.a.

    In een studie naar de sociale effecten van expressieve suppressie vinden Amerikaanse onderzoekers dat suppressie stressvol is voor zowel de onderdrukker zelf als voor de gesprekspartner van de onderdrukker (i.e. de bloeddruk verhoogt) en de motivatie van de gesprekspartner voor verder contact met de onderdrukker dramatisch verminderd. Zij concluderen dat chronische suppressie op deze manier leidt tot sociale isolatie.
  • 2006Campbell-Sills e.a.

    In een studie naar suppressie van negatieve emoties en emotionele stoornissen vinden Amerikaanse psychologen dat patiënten met een emotionele stoornis hun negatieve emoties meer onderdrukken dan patiënten zonder emotionele stoornis, dat dit samenhangt met een toename van negatieve emotie en dat dit effect wordt gemedieerd door het beoordelen van negatieve emoties als onacceptabel. In een andere studie wordt hier aan toegevoegd dat afwijzing van de eigen emoties samenhangt met angst voor emotie (i.e. angst voor het verlies van controle over emoties).
  • 2006McIntosch

    In een Amerikaanse studie naar navolging van de gezichtsuitdrukking op foto's (mimicry) verschillen neurotypische en autistische deelnemers in de geïnstrueerde taak ('doe na wat de persoon op de foto doet') niet in de mate waarin hun navolging congruent is (bijv. lachen wanneer de ander lacht): dit is bij beide groepen hoog (96%). Er is alleen een verschil in automatische navolging: autistische deelnemers vertonen significant minder congruente (36% vs. 68%) en niet-significant meer incongruente (50% vs. 29%) reacties dan neurotypische deelnemers. Een studie bij kinderen met autisme vindt dat congruente reacties toenemen naarmate de leeftijd toeneemt en dat er geen relatie bestaat tussen ernst van autisme en mate van congruentie.
  • 2007Magnee

    Amerikaanse onderzoekers vinden een sterkere fysiologische en expressieve reacties op blije en angstige gezichten bij volwassenen met autisme. Zij concluderen dat de emotioneel expressieve reflex in autisme in tact is, in de zin dat de verbinding tussen het emotionele brein en het motorische brein op zich werkt, maar dat de reacties wel atypisch zijn in intensiteit.
  • 2009Oberman

    In een studie naar emotionele navolging bij oudere kinderen met autisme vinden Amerikaanse onderzoekers een vertraging in de spontane navolging. Deze vertraging vindt plaats ondanks het feit dat er geen verschil is in elektromagentische activiteit in de hersenen en in vermogen om de getoonde emoties als zodanig te herkennen. Dit wijst erop dat het probleem zich voordoet in een vertraging in de automatische aansturing van de gezichtsspieren die de reactie moeten produceren.
  • 2009Srivastava e.a.

    In een studie naar het effect van expressie suppressie op het ontwikkelen van sociale relaties onder studenten die beginnen met hun studie vinden Amerikaanse onderzoekers dat andere mensen onderdrukkers niet perse onaardig vinden, maar dat suppressie wel leidt tot minder nauwe banden, minder sociale steun en minder tevredenheid met sociale contacten. Zij concluderen dat suppressie cognitieve capaciteit vraagt en daarom niet alleen emotionele expressie verminderd maar het ook moeilijk maakt om aandacht te hebben voor de ander en om verbaal te reageren op wat de ander zegt.
  • 2010Svaldi e.a.

    In een onderzoek naar emotionele suppressie bij vrouwen met een eetstoornis vinden Duitse onderzoekers (1) dat deze vrouwen een sterke dispositie tot suppressie hebben en een lagere neiging tot herwaardering en (2) dat suppressie leidt tot een afname van de activatie van het parasympathetische zenuwstelsel (het systeem dat er voor zorgt dat het lichaam in een toestand van rust kan komen).
  • 2012Samson e.a.

    In een onderzoek naar emotieregulatie bij volwassen met Asperger Syndroom vinden Amerikaanse onderzoekers dat volwassenen met autisme, in vergelijking met neurotypische deelnemers, meer gebruik maken van expressieve suppressie en minder van cognitieve herwaardering. Volwassenen met autisme die een hoge mate van expressie suppressie en een lage mate van cognitieve herwaardering vertonen hebben een ernstige mate van depressieve symptomen dan volwassenen met autisme die een lage mate van expressieve suppressie en een hoge mate van cognitieve herwaardering vertonen.
  • 2015Faso

    In een evaluatie van de gezichtuitdrukkingen van volwassenen met autisme beoordelen neurotypische vrouwen de gezichtsuitdrukkingen van autistische mannen als intenser en minder natuurlijk dan die van mannen van de controlegroep. De beoordelaars hun identificatie van de gezichtsuitdrukking van de autistische mannen is echter wel accurater. Wat betreft de vrouwen vinden de beoordelaars de gezichtsuitdrukkingen van autistische vrouwen minder intense (vlakker) dan die van de controlegroep en herkennen ze deze ook minder goed. De onderzoekers concluderen dat er geen sprake is van een vermindering, maar wel van een atypische gezichtsexpressie in autisme, die niet perse de accuraatheid van emotieherkenning beïnvloed, maar toch wel de sociale interactie kan beïnvloeden wanneer een emotie als woede intenser wordt uitgedrukt dan bedoelt.
  • 2015Brewer

    In een studie naar de vraag of hoe goed anderen de gezichtsexpressies van mensen met autisme kunnen interpreten vinden Britse psychologen dat zowel neurotypische mensen als autistische mensen meer moeite hebben met het lezen van de gezichtuitdrukkingen van mensen met autisme, wat er op wijst dat mensen met autisme een individueel verschillende en niet zo zeer een algemene autistische manier van het uitdrukken van emoties hebben.
  • 2015Lynch

    In het artikel signaling matters introduceert de Britse klinisch psycholoog Thomas Lynch zijn theorie dat een stoornis in de sociale signalering de basis vormt, terwijl anorexia, chronische depressie en bepaald autistisch gedrag alleen de symptomen zijn.
  • 2015Panayiotou

    Uit een Amerikaans en Cyprisch onderzoek blijkt (1) dat experiëntiële vermijding sterk samenhangt met moeite met het identificeren van de eigen gevoelens, (2) dat klinische verbetering in depressieve symptomen samenhangt met een afname in moeite met het identificeren van de eigen gevoelens en (3) dat de verband gemedieerd wordt door vermindering in experiëntiële vermijding. De onderzoekers concluderen dat moeite met het identificeren van de eigen gevoelens niet (alleen) een aangeboren eigenschap is, maar (ook) het resultaat van aangeleerd gedrag, met name het onderdrukken van emoties.
  • 2016Trevistan e.a.

    In een Canadese studie naar het effect van alexithymische en autistische trekken op de productie van gezichtsuitdrukkingen blijken alexithymische trekken, en niet autistische trekken, de variantie in gezichtsuitdrukking van kinderen met en zonder autisme te voorspellen.
  • 2016Faso

    In een studie naar de eerste indrukken die anderen zich van volwassenen met autisme vormen concludeert de Amerikaanse psycholoog Daniel Faso dat hoogfunctionerende autistische volwassenen als even betrouwbaar en intelligent worden beoordeeld als de controlegroep, maar als meer apart, minder aantrekkelijk, minder aardig en minder dominant. Dit gebeurt zowel op basis van audio-visuele informatie (video) als op basis van statische informatie (foto) of alleen visuele informatie (video zonder geluid), waaruit blijkt dat visuele informatie de belangrijkste factor is in de negatieve eerste indrukken. Op basis van een transcriptie is er namelijk geen verschil, wat er op duidt dat de inhoud van de communicatie niet substantieel verschilt in het effect op eerste indruksvorming. De eerste indrukken die men van autistische volwassenen heeft vertaald zich in een even grote bereidheid om naast hen te zitten, maar in een lagere intentie om met de betreffende persoon te praten of iets samen te doen.
  • 2017Morrison e.a.

    In een Amerikaanse studie vertonen volwassenen met autisme en volwassenen met schizofrenie een verschillend gedragsprofiel waarbij autisten minder sociale interactie (mimicry), maar meer expressiviteit vertonen dan schizofrenen.
  • 2017Pallathra e.a.

    In een studie naar de verschillende componenten van sociaal functioneren bij volwassenen met autisme blijken sociale vaardigheden, sociale angst en sociale motivatie positief met elkaar samen te hangen, maar blijkt er weinig samenhang te zijn tussen deze componenten en sociale cognitie en tussen de verschillende sociale componenten en de mate van autistische trekken. De onderzoekers concluderen dat dit gebrek aan samenhang wijst op het belang van behandeling die gericht is op de specifieke component van sociaal functioneren die bij de individuele persoon het meest problematisch is.

Auteur

Thomas Lynch is een Britse klinisch psycholoog die Radicaal-Open Dialectische Gedragstherapie ontwikkelde als een methode voor het behandelen van stoornissen van overbeheersing.

"Het meeste emotieonderzoek gaat over interne processen. Ze geven ons een kijkje in wat er in het lichaam gebeurd. Emoties zijn echter sociaal. Ze zijn bedoelt om te communiceren. Het uitgangspunt van mijn theorie is dat sociale signalering belangrijk is: we moeten kijken naar wat er buiten het lichaam gebeurd, in de signalen die mensen met psychische klachten versturen, waardoor ze zonder zich er bewust van te zijn anderen op afstand houden en sociaal geïsoleerd blijven."

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
In een autismevriendelijk Nederland wordt in het onderzoek en de behandeling van mensen met autisme meer aandacht besteedt aan de vraag hoe andere mensen de gezichtsuitdrukking, houding, positie en intonatie van mensen met autisme opvatten en wat het effect hiervan is op de ander en het sociale gedrag. Behandelaren en mensen met autisme worden zich hier steeds meer bewust van, zodat de mogelijkheden voor verbetering die er zijn beter benut worden en steeds meer mensen met autisme er weer bij gaan horen.
 

Comments are closed.

x

Wij gebruiken cookies om u de beste online ervaring te bieden. Door akkoord te gaan, accepteert u het gebruik van cookies in overeenstemming met ons cookiebeleid.

I accept I decline

Send this to a friend