Frye (Ida)

Belang

 
In dezelfde periode waarin Hans Asperger en Leo Kanner autisme begonnen te beschrijven als een specifieke stoornis, hield ook de Nederlandse orthopedagoog Ida Frye zich bezig met het behandelen en onderzoeken van autistische kinderen.
 

Visie op autisme

Autisme bestaat uit sterke en zwakke kanten
Wanneer men kijkt naar het gedrag van autistische kinderen dat vindt men vooral tekorten en afwijkingen in (a) de verhouding tot andere mensen, (b) de beleving van het eigen lichaam en (c) de omgang met. Het eerste wat de ouders van autistische kinderen bevreemd is dat zij hen niet aankijken, dat hun blink niet te vangen is. De ouders hebben het gevoel dat zij geen contact met het kind krijgen. Het tweede is dat autistische kinderen het verschrikkelijk vinden dat de een ander aan hen komt. Het derde is dat ze materiaal op een andere manier gebruiken dan waar het voor bedoeld is. Daar staat tegenover dat zij zich, wanneer ze eenmaal contact met iemand hebben gekregen zich vaak zeer sterk hechten. Ook hebben ze vaak een zeer goed intellect en geheugen.
Goede diagnostiek is belangrijk
Voordat je definitief het behandelplan van een autistisch kind vaststelt moet er eerst een anamnestisch, psychiatrisch en psychologisch onderzoek hebben plaatsgevonden. Gewapend met gegevens, versterkt door anamnese en psychiatrisch diagnose, en mede voorgelicht door de eigen observatiegegevens stelt de orthopedagoog het behandelplan vast. Gedurende de observatieperiode tracht de orthopedagoog nauwkeurig al het gedrag van het kind vast te leggen en een zo juist mogelijk beeld van het kind te krijgen, zo zuiver mogelijk te onderscheiden wat de ontwikkelingstekorten zijn.
Behandeling moet ontwikkelingsgericht zijn
Uitgaande van het normale leeftijdsbeeld, gaat de orthopedagoog na welke aspecten van het gedrag van het kind achter lopen of ontbreken. De orthopedagoog tracht het kind die hulpmiddelen te geven, het in die sociaal-emotioneel en materiële omstandigheden te brengen, die het kind nodig heeft om zich te kunnen ontplooien. Men tracht de sfeer en de situatie zo te maken dat het kind juist die gunstige mogelijkheden in de aanleg, die tot dan toe niet, of niet voldoende tot ontplooiing kwamen, kan realiseren.
Behandeling moet aansluiten bij wat er al is aan sterke kanten
Aansluitend bij wat er wél is, probeert de orthopedagoog op niveau te brengen wat achter is, tot ontwikkeling te stimuleren wat ontbreekt. Men probeert op elk niveau de beter of goed ontwikkelende functies zó te hanteren dat zij in dienst komen te staan van de ontwikkeling van wat achtergebleven is.
Behandeling moet aansluiten bij waar mensen met autisme plezier in hebben
Wanneer een autistisch kind van puzzelen houdt, maar weinig interesse in anderen heeft, ga dan uit van zijn of haar plezier in puzzelen en probeer via de puzzel, waar het kind veel belangstelling voor heeft, de aandacht te leiden naar de ander, waar het kind nog weinig belangstelling voor heeft, maar waarvoor de belangstelling van het kind wel te wekken is. Evenals men het genieten van het water gebruikt als uitgangspunt om te komen tot het zich door het water durven laten dragen, zo grijpt men plezier in schommelen aan om hen te brengen tot zich laten schommelen. Komen deze kinderen in de puberteit, dan gaan zij op een gegeven moment zichzelf vergelijken met anderen en zien dat zij op bepaalde punten tekortschieten. Van daaruit worden zij vanzelf gemotiveerd om zich in te spannen om zich te ontwikkelen.
Vaktherapie is belangrijk
Veel autistische kinderen hebben eigenlijk maar één gezichtsuitdrukking. Met hun starre gezicht bepalen zij hoe anderen op hen reageren. Komt er variatie van expressie bij hen dan kan de andere ook anders om hen reageren. Daarom moeten autistische kinderen mimiekoefeningen doen, zodat verandering in hun uitwendige gedrag zijn weerslag vindt in hun innerlijke. Ik behandelde bijvoorbeeld een 12-jarige jongen, die praktisch maar een uitdrukking kende. Toen het hem naar enige gezichtsgymnastiek lukte om een andere expressie te krijgen raakte hij sterk geëmotioneerd. Door zelf een andere mimiek te vertonen, beleefde hij voor het eerste de bijbehorende ervaring, en kreeg hij pas begrip van de betekenis van de mimiek van anderen. Ook bewegen op muziek en spelen in het water werkt goed.
Sluit aan bij wat er wél is.
Ga uit van hetgeen waar de persoon met autisme plezier in heeft.

Autisme CV

  • 1909Katholiek

    Zuster Gaudia wordt in Breda geboren en gedoopt als Ida Bernardina Maria Frye. Haar ouder zijn afkomstig uit Kloppenburg (Duitsland).
  • 1923-1927Student

    In Den Bosch volgt Ida de opleiding tot leerkracht op de kostschool van de Dochters van Maria en Jozef, meestal aangeduid als de Zusters van de Choorstraat.
  • 1928Novice

    Onder de kloosternaam Zuster Gaudia wordt Ida novice (Iemand die verzoekt in een kloostergemeenschap opgenomen te mogen worden als lid).
  • 1932Non en orthopedagoog

    Zuster Gaudia treedt toe tot de Zusters van de Choorstraat, waar ze zich toelegt op het speciaal onderwijs en de zorg voor kinderen met problemen. Ze werkt in Huize St. Vincentius, waar ze praktijkervaring opdoet met kinderen met een mentale beperking. Hiernaast volgt ze aan de Tilburgse Leergangen een opleiding pedagogiek.
  • 1935Stagiair

    Zuster Gaudia loopt drie maanden stage in Wenen bij de bekende kinderpsychiater Charlotte Bühler.
  • 1936Adjunt-directeur

    De Nijmeegse Katholieke Universiteit richt in 1936 een Pedologisch Instituut op en benoemt Ida Frye tot adjunct-directeur. Zij krijgt de leiding over de aan de instelling verbonden observatie-inrichting voor kinderen met problemen. In samenwerking met F.J.Th. Rutten (hoogleraar), A.P.J. Meyknecht (psychiater) en A. Chorus (psycholoog) analyseerde Ida Frye de observaties die zij met haar team maakt.
  • 1938Auteur

    In het Jaarverslag van het Pedologisch Instituut (1938-1928) wordt het werk van Frye voor het eerst gepubliceerd. In 1951 en 1954 publiceert zij ook onder de naam Zuster Gaudia over haar onderzoek naar autistische kinderen.
  • 1952Universitair docent

    Rutten betrekt Ida steeds meer bij het universitaire onderwijs en stelt haar aan als als universitair docent in de ‘praktische heilkunde’.
  • 1968Doctor

    Ida promoveert cum laude (met lof) bij de psychiater J.J.G. Prick en de psycholoog Calon met een proefschrift getiteld Fremde unter uns. Autisten, ihre Erziehung, ihr Lebenslauf (Vreemden onder ons: autisten, hun onderwijs, hun levensloop). Het proefschrift is gebaseerd op haar onderzoek uit de jaren veertig en vijftig naar autisme bij kinderen die in de periode 1936-1958 bij het Pedologisch Instituut werden aangemeld.
  • 1990Erepersoon

    Ida Frye wordt geëerd met een door de Katholieke Universiteit Nijmegen ingesteld stipendium dat haar naam draagt; daarmee worden tot op de dag van vandaag jonge vrouwelijke promovendi gesteund in de ontwikkeling van hun wetenschappelijke carrière. Ida Frye stierf in 2003 op 93 jarige leeftijd. Op haar eigen verzoek werd ze begraven op het kloosterkerkhof van de Zusters van de Choorstraat.

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
Naast Leo Kanner en Hans Asperger mag Ida Frye ook genoemd worden als een van de grondleggers van het wetenschappelijk onderzoek naar autisme, en zou er best een instelling naar haar vernoemd mogen worden.
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Send this to a friend