Huilen in therapie

Belang

 
Het is niet ongewoon dat patiënten huilen tijdens een therapiesessie en ook behandelaren huilen regelmatig in reactie op hun patiënt. Het huilen van patiënten wordt over het algemeen als positief gezien, maar het huilen van behandelaren wordt gemakkelijk als onprofessioneel of schadelijk voor de patiënt gezien. Of huilen in therapie positief of negatief is hangt echter af van de persoon en de context.
 

Waar gaat het over?

 
  • Huilen: psychofysiologische reactie die zich voordoet bij verlies- en frustratie-ervaringen
  • Protesthuilen: luidruchtige, beschuldigende of klagende huilreactie waarbij de patiënt weerstand biedt en verandering van de therapeut eist, waarbij de therapeut weinig ruimte voor reactie ervaart, wat bij de therapeut vaak de neiging tot verdediging of een gevoel van frustratie of afwijzing oproept
  • Wanhoopshuilen: stillere huilreactie waarbij de patiënt (voor het eerst) zijn of haar emotionele pijn toelaat, ervaart en direct tot uiting brengt, wat bij de therapeut een sterke neiging tot het tonen van begrip en bieden van steun oproept en de therapeut het gevoel geeft dat de patiënt deze steun (voor het eerst) ook toelaat
  • Onthecht niet-huilen: expressieloze huilreactie waarbij de patiënt het huilen onderdrukt en de therapeut geen tranen ziet op momenten waarop dat verwacht of in elk geval gepast zou zijn, waardoor de patiënt emotioneel geïsoleerd blijft en de therapeut zich weggeduwd voelt en gefrustreerd raakt; uit empathie voor deze afgesloten, maar lijdende patiënt kan de therapeut zelf moeten huilen
     

    Hoe vaak komt het voor?

    70%

    van de behandelaren moedigt hun patiënten aan om te huilen

    86%

    van de Italiaanse patiënten heeft ten minste 1 keer gehuild tijdens de behandeling, 28% tijdens de meest recente sessie

    14%

    Patiënten huilen gemiddeld in 1 op de 7 sessies

    Patiënten huilen het vaakst nadat hun behandelaar hen heeft aangemoedigd om te vertellen hoe het gaat, om terug te denken aan het was of om zich een voor te stellen hoe het zou zijn

    50%

    van de patiënten die huilen tijdens de behanding meent dat huilen hun relatie met hun behandelaar verbeterd, 32% dat het geen verschil maakt

    57%

    van de patiënten die huilen tijdens de behandeling ervaren opluchting, maar dit is minder het geval bij patiënten met ernstigere persoonlijkheidsproblematiek

    40%

    van de behandelaren geeft aan nooit te huilen in de aanwezigheid van een patiënt

    60%

    van de vrouwelijke patiënten heeft wel eens ervaren dat hun behandelaar zelf moest huilen tijdens de behandeling, gemiddeld 4 keer dat de behandelaar bijna en 2 keer dat de behandelaar echt moest huilen

    30%

    van de behandelaren geeft aan in de afgelopen 4 weken te hebben gehuild tijdens een behandelsessie

    53%

    van de behandelaren die wel eens huilt tijdens de behandeling gelooft dat dit een positief effect heeft (de ander helft is er neutraal over)

    45%

    van de behandelaren vindt het dat het in de meeste omstandigheden moet kunnen dat de behandelaar huilt in aanwezigheid van de cliënt, 32% vindt dat het allen onder bijzondere omstandigheden kan

    Patiënten ervaren het huilen van hun behandelaar als positief waneer dit een uiting van empatie is, maar als negatief wanneer de behandelaar zich boos of angstig voelt en de patiënt als het probleem ziet

    Autistische volwassen maken vaker dan neurotypische volwassenen gebruik van het onderdrukken van emoties (onthecht niet-huilen) als strategie voor emotieregulatie

    Patiënten huilen meer bij veilig gehechte behandelaren dan bij afstandelijk gehechte behandelaren, bij wie de frequentie van huilen afneemt naarmate de behandeling voortduurt

    Een grotere intensiteit van een huilbui hangt samen met een sterkere verbetering van de stemming na het huilen

    Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

     
    In autismevriendelijk Nederland besteden behandelaren aandacht aan het huilen van zichzelf en van hun volwassen autistische patiënten, zowel wat betreft de frequentie, de intensiteit en het type huilen. Ze vragen na waar hun patiënten behoefte aan hebben tijdens het huilen en hoe ze het huilen van hun therapeut ervaren. Ze onderzoeken de betekenis van het eigen huilen en dat van de patiënt voor de therapeutische relatie.
     

    Comments are closed.

    Send this to a friend